Aflevering 15 Gijzelaarskampen

Ruwenberg, Haaren en maquette van Beekvliet

Naast kleinseminarie Beekvliet waren er nog twee gijzelaarskampen in Nederland, één in het grootseminarie in Haaren, en één in het jongensinternaat de Ruwenberg, ook in Sint-Michielsgestel. In Haaren kwamen al in 1941 de eerste gijzelaars terecht en in de Ruwenberg werden de Indische gijzelaars geïnterneerd, nadat ze op eigen verzoek waren “losgemaakt” van de preventieve gijzelaars op Beekvliet. In de expositie bevindt zich ook een maquette van Beekvliet en een fraai uitzicht op het voorgebouw met de zij-ingang, waardoor de gijzelaars voor het eerst het gebouw betraden.     

 

Gedenkplaats Haaren

In 1998 is de huidige Stichting Vriendenkring Haaren 1940 – 1945 opgericht. In het voormalig Groot Seminarie Haaren zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog 1155 Nederlandse burgers als gijzelaar geïnterneerd geweest, hebben 3203 burgers gevangen gezeten en is er een groot aantal (dood)vonnissen uitgesproken.

Voor deze mensen is de Gedenkplaats ingericht om enerzijds op een waardige manier de geschiedenis te bewaren en anderzijds bij te dragen aan het levend houden van het besef, dat de democratie, de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van levensbelang zijn voor veiligheid, geluk, welzijn en  welvaart van ons land en haar inwoners.

Landgoed Haarendael en omgeving, dus ook de Gedenkplaats, heeft de status van Rijksmonument. Door een fatale brand in 2019 is dit Rijksmonument grotendeels verwoest. Alleen het gedeelte van de Gedenkplaats staat nog overeind en het grootste deel van de collectie – documenten en realia – is uit de brand gered.

De Ruwenberg

 Een kleinere groep gijzelaars, waaronder ik, werd later in de oorlog apart gezet in de jongenskostschool de Ruwenberg, ook in Sint Michielsgestel. De paters zaten er nog; die engeltjes steunden ons zoveel mogelijk, met pakketjes die het licht niet mochten zien. En toen de Ruwenberg als gijzelaarskamp opgeheven werd, en we naar een veel strenger kamp moesten, in Vught, hebben de paters mij geholpen daaraan te ontkomen: ik verschuilde me op de grote zolder van het internaat, op een bijna onvindbaar plekje – mij onthuld door de paters. Ik moest onder allerlei balken door kruipen om in een kleine, doodstille ruimte terecht te komen, met een minuscuul raampje. Daar zat ik dan. Met één boek op zak: Maar als je doodalleen bent, met helemaal niets om je heen, ben je blij dat er een saai boekje is waar je in kunt lezen! Toch deed het wel een aanval op je moreel, om op die manier een paar dagen alleen te zitten...’ (De Goes van Naters)

 

Geruchten rond de vijver bij het Duitse Bos van Beekvliet

Heesters en kreupelhout omsluiten een plekje en maskeeren er het prikkeldraad. In de lage bosschages is een half-cirkelvormig muurtje van baksteen gebouwd. Het groen overhuift en beschaduwt de kleine rotonde. Vier houten banken staan erin. Vóór de rotonde ligt een kleine vijver in een breeden krans van riet, bloemen en varens. Langs de smalle tuinpaden wandelen anderen. Links en rechts staan schildwachten. De stemmen van de wandelaars worden even gedempt als zij hen passeeren. Dit is een stil plekje, maar toch vol leven. Vol geruchten.

Verschillen Vught-Beekvliet? Bovendien is de doffe berusting ginds niet te vergelijken met de hoop-op-ontslag hier, geregeld gevoed uit de gaarkeuken der ongare geruchten. Overeenkomsten vind ik óók en om met het laatste thema te beginnen: in beide menschendépots is de Zondag de dag van de sterkste geruchten, aangroeiend van barak tot barak en van blok tot blok. (S. Zoetmulder).

Herinnering aan de geruchten                                                                                                   

En w’denken aan de vrienden, die ik had in Beekvliet                        Aan Michielsgestel, flots, geruchten, prikkeldraad,                        Aan kamer één en de cantine, Aula, kalkplateau, cabine,                Aan de moed van onze levenskameraad.                                                                                   

(Henk Meyer op de Melodie van: ,,Mijn eerste” van Dirk Witte).